Mijn 'Heimat' ligt in twee landen

11-11-2020

Al van kinds af aan droomde ik ervan om naar Nederland te gaan. Het zat altijd al in me, het gevoel om Nederlands te zijn. Ik ging zeilen op het IJsselmeer en voelde me helemaal vrij toen de wind door mijn haar bruiste en ik niks anders zag dan het water om me heen.

Elke keer wanneer ik de grens van Duitsland naar Nederland overstak, overkwam mij een gevoel van opluchting.
Ik luisterde naar Nederlandstalige luisterboeken terwijl ik er destijds nog geen één woord van begreep, maar ik vond de klanken toch zo mooi van deze bijzondere taal. Het gekras in de keel bij de uitspraak van sommige woorden gaf me elke keer opnieuw kippenvel. Ik zong luidkeels mee met de liedjes van Guus Meeuwis en Acda en de Munnik, maar ik begreep alleen maar de woorden die in het Duits hetzelfde waren.


Om de twee jaar juichte ik helemaal in oranje gekleed en met de Nederlandse vlag als cape om mijn nek voor het Nederlands elftal.

Gek - als Duitse. Gedurende het EK en WK stond ik er altijd in mijn eentje voor en kreeg ik vaak de vraag waar mijn trots op mijn Heimat is gebleven. "Warum zur Hölle bist du für Holland? Bist du verrückt? Du bist Deutsche! Verhalte dich auch so!" "Was musst du denn mit den Käsköpfen? Die können doch kein Fußball spielen!" Elke keer moest ik mezelf weer opnieuw verantwoorden en mompelde ik wat voor me heen. Maar echt beantwoorden kon ik de vraag nooit. Waar kwam mijn liefde voor Nederland eigenlijk vandaan, het verlangen naar een vreemd land waarvan ik de taal nog niet eens sprak? Waarom voel ik me als Duitse meer thuis in Nederland dan in Duitsland? Ben ik echt meer Nederlands dan Duits? Wat is überhaupt een Nederlander?

Vier jaar geleden pakte ik de moed en mijn koffers om met deze vragen op onderzoek te gaan. Nu ben ik hier en helemaal geïntegreerd in Nederland. Ik spreek de taal waarbij de mensen hier op het eerste gezicht denken dat ik ook Nederlandse ben en de Duitsers geloven me niet meer dat ik Duits ben. Begrijpelijk met mijn inmiddels Nederlands accent en soms wil ik ook weleens nog wat woorden in mijn moedertaal vergeten. "Wow! Dafür, dass du eine Niederländerin bist, kannst du aber echt gut deutsch sprechen!"

Tegelijkertijd kom ik nu soms wel in best gênante situaties in Nederland terecht, omdat mijn uitspraak blijkbaar al zo goed is dat haast niemand door heeft dat ik Duitse ben. Alleen is dit niet handig als ik sommige woorden of uitdrukkingen in het Nederlands niet ken die eigenlijk elk Nederlands kind zou weten en dus iedereen in zulke situaties denkt dat ik hartstikke dom ben.

Dit is mijn dilemma. Inmiddels weet ik dat ik nooit 100% Nederlands kan worden. Mijn wortels liggen in Duitsland. Die zal ik altijd met me meedragen. Bij mijn familie en vrienden in Duitsland voel ik me thuis, maar dus ook hier in Nederland.

Mijn ID-kaart zegt dat ik Duits ben, maar mijn gevoel zegt iets anders:

Mijn 'Heimat' ligt in twee landen.

Grinsbacke.